Het permacultuur ontwerpproces deel 2, observatie

Permacultuur, hoe begin je ermee?

In Het permacultuur ontwerpproces, deel 1

… schreef ik over het vaststellen van je doelen. In permacultuur ontwerp zijn ruime doelen beter. Voedselproductie in plaats van een voedselbos.
En waarom dan? Omdat je terrein ook hier iets over te vertellen heeft. Als je met de natuur mee wilt werken moet je goed naar je terrein luisteren. Dan kunnen jullie samenwerken.

In deze blog:

  • Observatie, de belangrijkste voorwaarde voor een goede samenwerking met natuurlijke systemen?
  • Hoe doe je dat, waarom en wat precies moet je observeren
  • De grote lijnen – ecologische invloeden – een overzicht.

Stel je voor…

Je gaat in de woestijn wonen. Wat neem je mee? Een regenjas, dikke trui, rubber laarzen en paraplu?
Hoe weten we dat rubber laarzen misschien niet absoluut nodig zijn in het woestijn?

Observatie +  kennis/informatie = hypothese. 

  • We gaan logisch nadenken aan de hand van wat we al weten over het woestijn.
  • We gaan onderzoek verrichten.
  • Dit leidt tot het formuleren van een aannemelijke hypothese.
  • De hypothese gaan we uitproberen door er ervaring mee op te doen.

We gaan naar de woestijn met lichte kleren en laten de rubber laarzen en dikke trui thuis. En de paraplu dan?

Maar… van ervaring leer je. In het woestijn ontdekken we dat het best koud is ‘s nachts. De dikke trui is ook nodig. Je hebt een ‘fout’ in je hypothese ontdekt. Goed nieuws, want je hebt iets geleerd! Volgende keer ga je het anders aanpakken. Zo leer je stapje bij beetje in de woestijn leven. Als je een fout maakt zeg je niet ”Hè, mijn kleren doen het niet!” Je gaat ervan uit dat je iets aan je eigen gedrag moet veranderen. Dingen beter uitzoeken voordat je weggaat zodat je kledingkeuze anders is.

Observatie

Wat ik best vaak hoor van mensen, die experimenteren met permacultuur, is dat het niet werkt. Dan weet ik bijna zeker dat ze een belangrijke stap hebben gemist – observatie en onderzoek. Want ‘permacultuur’ is niet iets dat op zichzelf kan werken of niet. Permacultuur is (m.i.) een manier om een strategie te ontwikkelen op basis van observatie en hypotheses.
Permacultuurontwerp legt veel nadruk op observatie voordat je actie neemt. En vooral voordat je het soort actie onderneemt dat veel energie en investering kost.
Het idee van observeren kan soms verlammend werken. Mensen weten niet precies wat ze moeten observeren, hoe en waarom.

Waarom?

Stel. Je doel is bananen eten. Zet jij een bananenboom in je achtertuin of loop je naar de super? Het hangt ervan af… misschien doe je iets totaal anders.

Observeren zorgt ervoor dat:

  • je weet welke invloeden van belang zijn op jouw terrein
  • je leert begrijpen hoe deze invloeden werken en hoe je ze zelf kunt beïnvloeden
  • je je doelen op de omstandigheden kunt afstemmen
  • je de functies en werking van al aanwezige organismes en natuurlijke bronnen op het terrein begrijpt
  • je blijft leren.

Beetje abstract? Het wordt straks duidelijker, hoop ik.

Hoe?

Oké, observatie is belangrijk, vooral om dure fouten te voorkomen. Maar hoe dan?
Volgens Bill Mollison zou je een stuk land voor tenminste een jaar moeten observeren. Daar zit je dan na 12 maanden, midden in je weiland, op je campingstoel. “Enne… wat moest ik ook alweer bekijken?”
Observeren klinkt passief (en saai). Observeren is actief (en interessant). Je moet alleen weten hoe. Er zijn meerdere manieren om te observeren. Negen manieren om te observeren, door Starhawk, kan handvatten bieden.

Observeren is:

  • kijken
  • ruiken
  • voelen
  • luisteren
  • vragen stellen aan jezelf
  • vragen stellen aan anderen
  • onderzoek plegen op zoek naar antwoorden
  • nog iets…?

‘Waarom?’ is de belangrijkste vraag. Observeren gebeurt voor, tijdens en na afloop van actie. Het zorgt voor een positieve feedback waardoor je steeds meer leert en steeds meer kunt. Focus, nieuwsgierigheid en doorzettingsvermogen zijn de voorwaarden voor effectieve observatie. Deze manier van leren heet de actieve leercyclus, en we doen het de hele tijd. Meestal onbewust.

Wat?

Wat moet je observeren?

    1. De ecologische invloeden en het landschap van je terrein
    2. De niet-ecologische invloeden op je terrein
    3. Je eigen activiteiten/bewegingen op het terrein
    4. De organismes en middelen die al aanwezig zijn op je terrein
    5. De beschikbare middelen in de omgeving
    6. De behoeftes van je beoogde systemen/planten/dieren e.d.
    7. … en misschien ook nog meer.

De ecologische invloeden en landschap van je terrein

Wat moet je in kaart brengen?

  1. De vorm van je land
  2. De ecologische invloeden die aanwezig zijn

De vorm van je land

De beste manier te beginnen met je land onderzoeken is er een plattegrond van maken. Het maken van een plattegrond is ook observatie. Je komt van alles tegen wat je anders niet zou opmerken.
Hoe maak je een plattegrond? Voor een achtertuin zijn er veel filmpjes te vinden op YouTube, zoals deze:

Er is ook veel gratis informatie op het web te vinden:

kadastralekaart.com
openstreetmap.org
www.google.com/earth

Met een groot terrein met veel hoogteverschillen is het de moeite waard om een goede topografische kaart te bestellen.
Onthoud dat een plattegrond niet dezelfde informatie laat zien als het terrein zelf. Blijf buiten observeren, want buiten is het dynamisch en in ontwikkeling.

Wat zet je op je plattegrond?

  • Begrenzingen en afmetingen van het terrein – inclusief: huis/gebouwen (met ramen en deuren) / structuren
  • Ingangen, paden, wegen
  • Plassen / meren / beken / rivieren / bronnen van water (je dak bijvoorbeeld) e.d.
  • Grote elementen zoals bomen / bossages (teken de kruinbreedte)
  • Hoogteverschillen.

Wat je op je kaart zet is een kwestie van gezond verstand.  Je zet er dingen op die mogelijk van invloed zullen zijn / belangrijk zijn.  Hoe groter het terrein, hoe minder details. Het detail van alle beplanting ga je in een latere stadium in kaart brengen.

Detailkaarten Nederland:

www.opentopo.nl
Actueel hoogtebestand Nederland

En wat doe je met die informatie?

In de eerste instantie is het vooral belangrijk om je bewust te worden van de omstandigheden. De betekenis ervan komt later met het onderzoek. Voor nu een paar dingen:

Heuvels en hellingen

Heuvels hebben veel invloed.

  • Een heuvel op het zuiden vangt bijvoorbeeld veel vroeger in het seizoen zon en warmte op. Daar kun je van profiteren.
  • Water stroomt naar beneden. Op een helling kan het afstromende water voor bodemerosie zorgen. Je kunt technieken inzetten om de loop van het water te vertragen.
  • Nutriënten voor planten zijn wateroplosbaar. Alle water stroomt naar beneden, zo ook de nutriënten. 
  • Je kunt zwaartekracht inzetten. De wateropslagplekken hoog zetten zodat irrigatie met zwaartekracht kan gebeuren. De kippen boven de moestuin houden zodat de nutriënten ervan naar beneden vloeien. Er zijn veel creatieve strategieën.

Lees hier: meer over heuvels en hellingen.
Jammer dat mijn stukje van Nederland zo plat is eigenlijk…

Volgende keer meer over de ecologische hoofdfactoren. Welke invloed hebben ze en hoe kan je ermee gaan werken?

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.